
Kuilwielenbank
Lang geleden werkte ik als organisatieadviseur. Superleuk. Ik werkte met inspirerende collega’s en kwam bij uiteenlopende organisaties in verschillende landen.
Er leek in het begin geen vuiltje aan de lucht met mijn werkplezier.
Maar toen werd ik op een project gezet bij NedTrain, het onderhoudsbedrijf van NS. Dat klonk in eerste instantie heel leuk. Ik wist dat er bij mij om de hoek in de Amsterdamse Watergraafsmeer een locatie zat. Ik zag mezelf al op de fiets naar mijn project gaan.
Oeps. Niets bleek minder waar.
Ik werd voor drie dagen per week geplaatst op de NedTrain-locatie in Groningen. Daar begon ik rond 7.00 uur in de ochtend en dat werd dus een hotel. Dat vond ik vroeger altijd leuk en avontuurlijk klinken, maar maandenlang?
Het is lang geleden, maar ik weet nog precies hoe ik me voelde. Het adviseren over de samenwerking en het werkplezier van de technische teams was leuk en gaf voldoening.
Maar ja, tijdens de lunch zat ik, ondanks dat ik een gezellige kletskous ben, toch vaak alleen. Tijdens de lunch gingen de Groningers namelijk over op hun zware accent en kon ik ze als geboren Brabantse écht niet verstaan.
Privé was het ook niet zo feestelijk, want mijn serieuze verkering had het toen net uitgemaakt.
En toen gebeurde er ook nog écht iets vreselijks, namelijk 9/11. Zat ik daar in mijn eentje op die hotelkamer naar die instortende torens te staren. Dat vergeet je nooit meer toch...
En weet je wat zo apart was in die tijd? Ik reed toch altijd met plezier naar Groningen. Altijd.
Dat is ook het punt dat ik wil delen: er kunnen best veel dingen op je werk of privé echt niet leuk zijn, terwijl je toch werkplezier hebt.
Misschien baal je van dat ellendige slakkengangproject dat je moet trekken.
Of misschien ben je flink aan de beurt als mantelzorger.
Ik wil maar zeggen: er kan een hele hoop niet in orde zijn, terwijl je toch ergens werkplezier uit haalt.
Bij mij zat dat werkplezier destijds in de kuilwielenbank van NedTrain. De trots van iedere NedTrainer. Als kind was ik al dol op treinen, dus ik snapte dit wel.
Die kuilwielenbank was voor mij een bron van werkplezier. De kuilwielenbank is een grote put in de grond waar de wielen van treinen weer rond worden gemaakt terwijl het wielstel onder de trein kan blijven zitten. Het is cruciaal werk, omdat treinwielen enorm slijten.
Door bijvoorbeeld veel bladeren op het spoor of door hard remmen kan er een platte plek op een wiel komen.
Dan rolt het wiel niet meer lekker, omdat bij elke omwenteling die plek weer met een soort klap op de rails terechtkomt. Alsof je op een fiets zit met een slag in je wiel. Als je het eenmaal voelt, kun je het niet meer niet voelen, zeg maar.
De moraal van dit verhaal?
Eigenlijk was er veel niet leuk aan die tijd, maar die kuilwielenbank maakte me trots. Ik vond het mooi dat ik indirect meewerkte aan die ronde wielen.
In mijn werk als coach voor werkplezier begeleid ik ervaren professionals om weer regie te krijgen op hun werkplezier. En altijd weer denk ik aan de kuilwielenbank als iemand vertelt over een baan waarin veel belangrijke randvoorwaarden onprettig zijn.
Werkplezier zit soms in iets heel specifieks. In een taak, een onderwerp of iets waar je met recht trots op bent. Ook als de rest eromheen op dat moment helemaal niet zo leuk is. Wat is jouw kuilwielenbank?







