
Waar zijn die autosleutels?
Ken je dat? Dat je niet meer weet waar je iets hebt neergelegd, terwijl je wéét dat je het zorgvuldig hebt opgeborgen. Het gebeurde hier in huis met de reservesleutels van de auto.
Mijn man had ze hoogstpersoonlijk zó goed opgeborgen dat hij ze niet meer kon vinden.
Nu ben ik in een hoop kwesties een aardige kreukel, maar ik ben goed in dingen vinden.
Als mijn kinderen weer eens riepen dat ze iets kwijt waren, dan riep ik te pas en te onpas:
‘Kwijt? Nee nee. Iets is pas kwijt als ík het niet kan vinden.’
Bescheidenheid siert de mens toch.
Ik ben goed in dingen vinden – waarschijnlijk omdat ik in mijn pre-vaste-plekken-tijdperk veel ervaring heb opgedaan met zoeken.
Anyway. De standaardvraag als iemand iets kwijt is, is toch wel: waar heb je ze voor het laatst gebruikt of gezien?
Nou, we hadden beiden geen flauw benul meer waar, maar we wisten nog wel dat het een tijd geleden was, toen de auto van onze buren was gestolen. Heel stilletjes en zonder enig spoor van inbraak, omdat de boeven fancy hadden getoverd met het signaal van de autosleutel-zonder-(zichtbare)-sleutel.
Misschien heb jij ook zo’n autosleutel-zonder-sleutel-kastje?
Het werkt op zich ideaal: je auto herkent het signaal en zonder dat je de sleutel uit je tas hoeft te halen, gaat je auto open en kun je de auto starten.
Ideaal, maar we leerden na die inbraak dat boeven het signaal van die ‘sleutel’ kunnen verlengen – daarom waren er geen sporen van inbraak.
De ene boef staat met een apparaatje bij je huis om er het signaal op te vangen – wij zijn niet de enigen bij wie de autosleutels in de buurt van de voordeur liggen – en de andere boef staat bij de auto met een apparaatje dat dat signaal doorgeeft, waardoor je auto denkt dat jij daar met je sleutel staat.
Pech pech auto weg. Echt heel naar.
Nadat zij én wij deze dure les hadden geleerd, schaften we op aanraden van de politie een Faraday-doosje aan dat het signaal tegenhoudt. Maar omdat er maar één bos sleutels in dat doosje paste, besloten we de reservesleutel aan de achterkant van het huis te leggen, zodat de boeven het signaal niet zouden kunnen oppikken.
Toen we weer eens aan die reservesleutel dachten, kon mijn man hem alleen niet meer vinden.
En het is wellicht een vleugje verknipt in mijn hoofd, maar als iemand anders iets kwijt is, kom ik bijna met plezier in actie, want tja, iets is pas kwijt als IK het niet kan vinden.
Denk hier even een dikke knipoog bij voordat je me gaat verdenken van dit wel erg zelfingenomen trekje.
Mijn man en ik gingen op zoek. We moesten en zouden die autosleutel vinden.
Liever nu zoeken dan wanneer we hem écht nodig hebben.
En hoe grappig: ik vond na een minuut of twintig (!) de sleutel.
Direct naast het Faraday-doosje in de meterkast bij de voordeur lag een vrijwel onzichtbaar zwart Faraday-hoesje mét de reservesleutel erin.
We waren beiden vergeten dat we eerst zo’n hoesje hadden gekocht en daarna pas dat doosje...
Mijn man gaf zuchtend én glimlachend toe dat ik toch wel erg goed was in dingen vinden.
De moraal van dit verhaal: soms ben je iets helemaal niet kwijt. Je zoekt alleen op de verkeerde plek, omdat je niet meer precies weet waar je het hebt opgeborgen.
Dat geldt soms ook voor je werkplezier. Of voor de motivatie voor je functie. Of voor je talent.
Misschien blijf je maar in rondjes zoeken bij de LinkedIn-vacatures of bij nieuwe opleidingen, of misschien zoek je een wondermiddel voor meer uitdaging.
Terwijl het soms helpt om eerst terug te denken aan de laatste keer dat je het nog wél zag of ervoer. Daar ligt vaak een aanwijzing voor wat je in je werk bent kwijtgeraakt. Wanneer had jij voor het laatst echt dat optimale plezier in je werk?




